Vergroot contrast

Gebruik persoonsgebonden nummer in onderwijs nog geen wettelijke grondslag

Samenvatting Het wetsvoorstel inzake de invoering van een persoonsgebonden nummer in het onderwijs (Kamerstukken II 1997/1998, 25828) is nog bij de Tweede Kamer aanhangig. De Registratiekamer heeft in het kader van de behandeling van dit wetsontwerp haar bezorgdheid geuit over de invoering van een persoonsgebonden nummer in het onderwijs (brief d.d. 13 februari 1998, nr. 98.A.0037.01). Onlangs werd de Registratiekamer er van in kennis gesteld, dat ouders van leerlingen van een scholengemeenschap een brief hebben ontvangen waarin om het sofi-nummer van de leerling werd gevraagd. De Registratiekamer kan niet overzien of het i.c. om een incident gaat, dan wel dat een en ander meer is voorgekomen (zie katern april 1998, pp. 6-7).

 

 

Het opnemen van een persoonsgebonden nummer als het onderhavige is slechts rechtmatig indien dat bij of krachtens de wet is toegestaan (artikel 5 en 6a WPR). Een desbetreffende bepaling is in dit geval nog niet voorhanden. Het kan niet zo zijn dat - hangende de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel - een in strijd met de WPR opgebouwde registratie ontstaat. In overweging wordt gegeven om alle onderwijsinstellingen en andere instanties die het aangaat, er op te wijzen dat het verzamelen en gebruiken (inclusief het verstrekken) van het sofi-nummer niet is toegestaan, zolang er geen wettelijke regeling aan ten grondslag ligt.
28 april 1998, 1998-00037