Vergroot contrast

CBP over bewaarplicht verkeersgegevens

Het College bescherming persoonsgegevens (CBP) heeft kennis genomen van de reactie van het kabinet op de uitspraak van het Europees Hof van Justitie over de bewaarplicht verkeersgegevens. Het Hof bepaalde in mei van dit jaar dat een algemene bewaarplicht van verkeersgegevens in strijd is met het fundamentele recht op de bescherming van persoonsgegevens zoals dat is verankerd in Europees recht. Uit een brief die gisteren aan de Tweede Kamer is gezonden, blijkt dat het kabinet voor Nederland desalniettemin vasthoudt aan de opslag van verkeersgegevens.

Het CBP zal de kabinetsreactie en het bijbehorende in consultatie gegeven wetsvoorstel zorgvuldig bestuderen. In eerdere adviezen benadrukte het CBP een aantal keer dat aangetoond moet worden waarom het bewaren van deze gegevens noodzakelijk zou zijn.

Eerdere adviezen CBP over bewaarplicht verkeersgegevens

Telecomgegevens worden geregistreerd om na te kunnen gaan hoe lang en hoeveel er is gebeld, om in geval van ruzie over de hoogte van de rekening te kunnen bepalen wie er gelijk heeft. Al in 2002 stelde het CBP dat een systematische opslag van deze gegevens voor een periode van 1 jaar of meer onevenredig is en in geen geval toelaatbaar.

Ook in latere adviezen uit 2005, 2006 en 2007 hebben zowel het CBP als de gezamenlijke Europese toezichthouders benadrukt dat een algemene bewaarplicht van telecomgegevens in strijd is met Europees recht. Zo werd gedurende het wetgevingstraject op geen moment aangetoond waarom het bewaren van deze gegevens noodzakelijk zou zijn.

Evenmin is gerechtvaardigd waarom gegevens van alle burgers zouden moeten worden bewaard, ook van mensen die niet verdacht worden van strafbare feiten. Zo’n algemene opslag van persoonsgegevens zou kunnen leiden tot een ongekende, voortdurende en doordringende controle van de communicatie en activiteiten in het dagelijks leven van iedereen.

Gerelateerd nieuws