Vergroot contrast

AP kritisch over wetsvoorstel antidopingbeleid

De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) vindt dat het wetsvoorstel uitvoering antidopingbeleid de persoonsgegevens en persoonlijke levenssfeer van topsporters nog onvoldoende beschermt. Op uitnodiging van de Tweede Kamer nam Wilbert Tomesen, vice-voorzitter van de AP, vandaag deel aan een rondetafelgesprek hierover. “Dit wetsvoorstel geeft weliswaar een wettelijke basis voor de verwerking van persoonsgegevens van sporters door de Dopingautoriteit, maar beschermt de persoonlijke levenssfeer van sporters onvoldoende”, aldus Tomesen. De AP adviseert de Nederlandse wetgever om een uitgebreidere afweging te maken over de noodzaak om inbreuk te maken op de persoonlijke levenssfeer van sporters en de wijze waarop dat gebeurt. Daarnaast moet de wet voorzien in betere waarborgen voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van sporters. Ook adviseert de AP om de verwerking van persoonsgegevens van sporters door sportorganisaties niet te baseren op toestemming van de sporters. Die toestemming is niet vrij gegeven, omdat de sporters afhankelijk zijn van de sportorganisaties.

Advies over wetsvoorstel

Op verzoek van de minister voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) in september 2015 geadviseerd over een wetsvoorstel over de uitvoering van antidopingbeleid. De AP is positief dat met het aangepaste wetsvoorstel wordt voorzien in een wettelijke basis voor de verwerking van de (bijzondere) persoonsgegevens van sporters door de Dopingautoriteit. De toestemming van sporters kan in de context van dopingcontroles nu eenmaal nooit voldoen aan het vereiste dat toestemming voor de verwerking van persoonsgegevens een vrije wilsuiting is. Een weigering kan immers leiden tot uitsluiting van deelname aan een wedstrijd of competitie. Om die reden is de AP kritisch over het feit dat de verwerking van persoonsgegevens van sporters door sportorganisaties op toestemming van de sporter wordt gebaseerd.

Aansluiting op Wereld Anti-Doping Code

De AP plaatst ook een andere kritische kanttekening. Het wetsvoorstel regelt dat de taakuitvoering van de Dopingautoriteit plaatsvindt in overeenstemming met de door de Wereld Anti-Doping Agentschap (WADA) uitgevaardigde Wereld Anti-Doping Code. Deze Code gaat uit van een minimumniveau van privacybescherming voor sporters die in nationale wetgeving kan worden aangevuld. Daarmee ontbreekt nog altijd een nadere publiekrechtelijke invulling van de kaders voor de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer waarmee sporters bij de uitvoering van het antidopingbeleid te maken krijgen.  Hierdoor laat de Nederlandse wetgever na om een eigen afweging te maken over de proportionaliteit en subsidiariteit van de inbreuken op de persoonlijke levenssfeer van sporters tijdens het dopingcontroleproces. Zij moet daarnaast de wet voorzien van betere waarborgen voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van sporters.

Europese toezichthouders

De Europese privacytoezichthouders, verenigd in de zogeheten Artikel 29-werkgroep, hebben eerder kritiek geuit op de Wereld Anti-Doping Code.

Wetsvoorstel

De Wet uitvoering antidopingbeleid is bedoeld om de verwerking van persoonsgegevens rond dopingcontroles bij topsporters te laten plaatsvinden conform de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Het wetsvoorstel regelt onder meer dat de Dopingautoriteit als zelfstandig bestuursorgaan (bijzondere) persoonsgegevens kan verwerken voor de uitvoering van haar taken.

Gerelateerd nieuws

Publicaties