Vergroot contrast

Artikel 36 lid 4 Wbp

Wbp Naslag > Hoofdstuk 6 > Artikel 36.4

 

WETTEKST
 
4. Indien de persoonsgegevens zijn vastgelegd op een gegevensdrager waarin geen wijzigingen kunnen worden aangebracht, dan treft hij de voorzieningen die nodig zijn om de gebruiker van de gegevens te informeren over de onmogelijkheid van verbetering, aanvulling, verwijdering of afscherming ondanks het feit dat er grond is voor aanpassing van de gegevens op grond van dit artikel.
 
 
 
TOELICHTING
 
Aanvulling t.b.v. duurzame gegevensdragers
Het vierde lid voorziet in dit opzicht in een bijzondere regeling. Sommige gegevens worden verwerkt op gegevensdragers die technisch geen wijzigingen toelaten, bijvoorbeeld op microfiche of CD-ROM. De betrokkene kan echter niet van zijn rechten worden ontbloot louter op grond van de beslissing van de verantwoordelijke inzake de door hem te gebruiken techniek. Aan de andere kant is het onwenselijk dat de wet de toepassing van bepaalde technieken zou verbieden. Een oplossing van dit dilemma kan daarin worden gevonden dat de verantwoordelijke aanvullende voorzieningen treft om toch bij het gebruik van de opgeslagen gegevens de gebruiker te voorzien van de juiste gegevens. Dit kan bijvoorbeeld aldus dat bij raadpleging van een duurzame gegevensdrager, de gebruiker telkens wordt gewezen op de noodzaak een aanvullend bestand te raadplegen waarin eventuele verbeteringen zijn opgenomen. De juridische evaluatie heeft de wenselijkheid van een bijzondere regeling voor duurzame gegevensdragers aan het licht gebracht. Correctie behoeft dus niet in alle omstandigheden te betekenen dat de onjuist gebleken persoonsgegevens worden verwijderd of vernietigd. (II, nr. 3 blz. 160)

Toepassing bij Archiefwet
Zo geldt ook voor archiefbescheiden die zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats als bedoeld in de Archiefwet 1995 de praktijk van handhaving van de onjuiste gegevens met daarnaast deponering van de lezing van betrokkene bij het betwiste stuk (II, nr. 3 blz. 160).