Vergroot contrast

Artikel 35 lid 3 Wbp

Wbp Naslag > Hoofdstuk 6 > Artikel 35.3

 

WETTEKST
 
3. Voordat een verantwoordelijke een mededeling doet als bedoeld in het eerste lid, waartegen een derde naar verwachting bedenkingen zal hebben, stelt hij die derde in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen indien de mededeling gegevens bevat die hem betreffen, tenzij dit onmogelijk blijkt of een onevenredige inspanning kost.
 
 
 
TOELICHTING
 
Waarborg voor de belangen van derden:
In de toelichting bij het tweede lid is reeds ingegaan op de betrokkenheid van derden-belanghebbenden bij de beslissing omtrent verzoeken om kennisneming. Om de belangen van derden in dergelijke situaties te waarborgen is nodig dat deze op de hoogte worden gesteld van een eventueel voornemen tot honorering van het verzoek en in de gelegenheid worden gesteld daaromtrent hun zienswijze kenbaar te maken. Deze mogelijkheid is essentieel omdat juist in de fase waarin kennisneming door de betrokkene nog niet heeft plaatsgevonden, schade aan de belangen van derden kan worden voorkomen. Daartoe dient het derde lid. Voor de publieke sector vormt de bepaling een verbijzondering ten opzichte van artikel 4:8 Awb. (II, nr. 3, blz. 160)

Wanneer heeft de derde een belang?:
Met betrekking tot de verplichting van het derde lid gelden enkele restricties. Uiteraard behoeft de verantwoordelijke een derde alleen te horen indien deze daar een gerechtvaardigd belang bij heeft. Blijkens de formulering is dit het geval indien de voorgenomen mededeling aan de betrokkene gegevens bevat die de derde betreffen en voorts redelijkerwijs verwacht mag worden dat de derde tegen die mededeling bedenkingen zal hebben. Dit laatste is bijvoorbeeld niet het geval indien de derde bij de verstrekking van gegevens aan de verantwoordelijke heeft ingestemd met een eventuele, op die gegevens betrekking hebbende mededeling aan de betrokkene. Voorts geldt de verplichting niet indien nakoming daarvan onmogelijk blijkt of een onevenredige inspanning kost. Bij de kennisgeving en raadpleging van de derde kunnen zich dezelfde problemen voordoen als bij de informatieverplichting op grond van artikel 34. Om die reden is hier de dezelfde uitzonderingsclausule opgenomen. In dit verband zij verwezen naar de toelichting op artikel 33 en 34. (II, nr. 3, blz. 160)

Belang derde meenemen in belangenafweging:
Op grond van de belangenafweging die de verantwoordelijke zal hebben te verrichten, zal moeten worden bezien of inzage kan worden toegestaan en zo ja, in hoeverre in verband met de rechten en vrijheden van anderen als bedoeld in artikel 43 afscherming van op anderen betrekking hebbende informatie dient plaats te vinden. In verband met het waarborgen van de belangen van derden in deze afweging zij voorts verwezen naar het derde lid. (II, nr. 3, blz. 158).

Horen van derde verlengt in principe niet de termijn voor reactie op inzageverzoek
De leden van de CDA-fractie vragen of het geven van een zienswijze door een derde ingevolge het derde lid niet aan een termijn moet worden gebonden. Het derde lid is afgestemd op de bepalingen van de Awb inzake de voorbereiding van beschikkingen, in het bijzonder artikel 4:8 Awb. In de Awb-regeling is geen termijn opgenomen voor het inwinnen
van de zienswijze van derden-belanghebbenden. Wij zien geen aanleiding om in afwijking van de Awb in artikel 35 wel een termijn te stellen. Een termijn is hier ook overbodig. De hoofdzaak is dat de verantwoordelijke ingevolge artikel 35, eerste lid, binnen vier weken na het verzoek de betrokkene moet mededelen of hem betreffende persoonsgegevens worden verwerkt. Binnen die termijn zullen ook eventuele derden moeten worden gehoord, tenzij dit onmogelijk blijkt of een onevenredige inspanning kost.( II, nr. 6, blz. 47).