Vergroot contrast

Artikel 35 lid 1 Wbp

Wbp Naslag > Hoofdstuk 6 > Artikel 35.1

 

WETTEKST
 
1. De betrokkene heeft het recht zich vrijelijk en met redelijke tussenpozen tot de verantwoordelijke te wenden met het verzoek hem mede te delen of hem betreffende persoonsgegevens worden verwerkt. De verantwoordelijke deelt de betrokkene schriftelijk binnen vier weken mee of hem betreffende persoonsgegevens worden verwerkt.
 
 
 
TOELICHTING
 
Waarom een 'recht op kennisneming'?
Een belangrijk onderdeel van het transparantiebeginsel is dat een ieder in beginsel in de gelegenheid moet zijn om na te kunnen gaan of zijn gegevens worden verwerkt. De betrokkene die de wijze waarop zijn gegevens worden verwerkt onrechtmatig vindt, moet in staat zijn dit zelf in rechte aan te vechten. Het gaat om het grondrecht vermeend onrecht ter toetsing aan de rechter voor te kunnen leggen (artikel 13 EVRM). Hij moet zich daartoe, zonder geconfronteerd te worden met bovenmatige kosten, tot de verantwoordelijke kunnen wenden [...] Daar waar er ingevolge artikel 43 uitzonderingen gelden op dit beginsel, kan hij de tussenkomst van de Registratiekamer inroepen. (II, nr. 3, blz. 157)

Verzoek 'met redelijke tussenpozen'
Artikel 12, aanhef van onderdeel a, van de richtlijn bevat de clausule 'met redelijke tussenpozen'. Deze clausule, die ook voorkomt in artikel 8, onder b, van het Verdrag inzake gegevensbescherming, is in het eerste lid overgenomen. Als gevolg hiervan is het de betrokkene niet toegestaan de verantwoordelijke meer dan gemiddeld en noodzakelijk te benaderen met verzoeken om informatie. (II, nr. 3, blz. 157/158)

Mededelen kan ook elektronisch
Ik wil [...] bevestigen dat ook elektronisch verkeer onder het in artikel 35, lid 1, genoemde ''schriftelijk'' valt. ( II, nr. 8, blz. 27)

Bijzondere voorschriften in Archiefwet en Kadasterwet
Sommige wetten kennen een nader uitgewerkt regime voor de kennisneming van persoonsgegevens, bij voorbeeld de artikelen 14 e.v. van de Archiefwet 1995. Deze bepalingen zijn in overeenstemming met de richtlijn. Uit de aard van deze bepalingen vloeit voort dat zij - wanneer het gaat om persoonsgegevens die zijn opgenomen in archiefbescheiden die zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats in de zin van deze wet - voorgaan voor de algemene bepalingen van het onderhavige artikel. Soortgelijke opmerkingen kunnen worden gemaakt ten aanzien van de openbaarheidsregeling in de Kadasterwet, te weten in de artikelen 99 tot en met 107. In deze bijzondere wetten is tevens voorzien in een onkostenvergoeding in de gevallen dat een verzoek om inzage wordt gedaan. Artikel 39 is in dergelijke gevallen dan eveneens niet van toepassing. ( II, nr. 3, blz. 158)

Ongericht inzage verzoeken in archiefbescheiden
De artikelen 35 e.v. van het wetsvoorstel zijn in beginsel wel op archiefbescheiden van toepassing. Voor zover het gaat om de toepassing van artikel 35 geldt in het algemeen dat verzoeken om kennisneming niet ongericht mogen zijn. Onder omstandigheden kan dit neerkomen op misbruik van recht. Zie in dit verband ook hetgeen hierover wordt opgemerkt in de toelichting bij artikel 1, onder d. Voor archiefbescheiden die naar een archiefbewaarplaats zijn overgebracht, geldt overigens dat zij in beginsel openbaar zijn. Van dergelijke bescheiden kan dus een ieder op grond van de Archiefwet 1995 kennisnemen. Hoewel het archiefwezen er volledig op ingericht is om aan dergelijke verzoeken tot kennisneming te voldoen, geldt ook hier dat die dienstverlening niet onbegrensd is. Dat geldt zowel voor verzoeken die op de Archiefwet 1995 zijn gebaseerd als voor verzoeken die hun basis vinden in artikel 35 van het onderhavige wetsvoorstel. (II, nr. 3, blz. 44)

 
 
 

JURISPRUDENTIE

Informatieverzoek
Appellant heeft verzocht om informatie. In het verzoek wordt de Wbp niet genoemd en uit de inhoud ervan behoeft niet te worden afgeleid dat appellant een verzoek op grond van de Wbp voor ogen stond. Het verzoek diende daarom te worden opgevat als een verzoek tot het verrichten van een feitelijke handeling.
ABRvS, 7 oktober 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3123

Volledig overzicht in begrijpelijke vorm
Het volstaat een volledig overzicht, in begrijpelijke vorm, van persoonsgegevens te gegeven, dat wil zeggen in een vorm die de aanvrager in staat stelt kennis te nemen van die gegevens en te controleren of zij juist zijn en zijn verwerkt in overeenstemming met de richtlijn, opdat hij eventueel de hem verleende rechten kan uitoefenen.
Hof van Justitie 17 juli 2014, C-141/12 en C-372/12

Zakelijke weergave persoonsgegevens verzoeker inzageverzoek
Chirurg had inzage verzocht in het dossier van IGZ naar zijn functioneren. Verklaringen van derden werden achterwege gelaten op grond van artikel 43, onder e, Wbp. RvS: Verklaringen mochten niet in het geheel op grond van artikel 43 achterwege worden gelaten. Per document moet een zakelijke weergave worden gegeven van de persoonsgegevens van de verzoeker.
RvS 30 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1509

Onderzoeksplicht verantwoordelijke
Verantwoordelijke dient na te gaan of arbodienst een volledig overzicht van de persoonsgegevens van betrokkene heeft verstrekt. Het verstrekken van een volledig overzicht omvat ook de persoonsgegevens (werkdossier met aantekeningen) die alleen leidinggevende bewaart.
Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State 5 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:308

Legesheffing door gemeente voor verkrijgen inzage
Overheidsinstantie mag kosten in rekening brengen voor verstrekking van persoonsgegevens. De kosten voor het uitoefenen van het recht op verstrekking gegevens mogen niet bovenmatig zijn en daarmee niet uitgaan boven de kostprijs van de verstrekking van die gegevens.
Hof van Justitie 12 december 2013, C-486/12

Ingebrekestelling
Een verzoek om alsnog een afschrift van persoonsgegevens te mogen ontvangen, kan niet als een ingebrekestelling (in de zin van de Wet dwangsom bij niet tijdig beslissen) worden aangemerkt.
Rechtbank Amsterdam, 1 mei 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:9234 

Verzoek dossier in bezwaarschriftprocedure
Verzoek om opvragen dossier in het kader van een bezwaarschriftprocedure moet worden opgevat als een verzoek als bedoeld in artikel 7:4, vierde lid, van de Awb en niet als een verzoek om inzage in de zin van artikel 35 Wbp, ook al wordt daar in het verzoek naar verwezen.
ABRvS 3 april 2013, LJN: BZ7568

Geen inzage in interne notitie
Het inzagerecht strekt zich niet uit tot de interne notitie die de persoonlijke gedachten van medewerkers en verantwoordelijke bevatten en uitsluitend bedoeld zijn voor intern overleg en beraad. Een van de bedoelde notitie opgemaakt definitief rapport valt hier wel onder.
HR 8 februari 2013, LJN: BY4196

Recht op inzage in bestand
De Wbp voorziet niet in een recht op inzage in stukken waarin persoonsgegevens zijn opgenomen. Om sprake te zijn van een bestand dient aannemelijk te worden gemaakt dat in documenten opgenomen persoonsgegevens op grond van meer dan één kenmerk een onderlinge samenhang vertonen dan wel dat die persoonsgegevens een gestructureerd geheel vormen.
ABRvS 30 januari 2013, LJN: BY9910

Prejudiciële vragen recht op inzage II
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft (ook) prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie over het recht op inzage.
ABRvS 1 augustus 2012, LJN: BX3309

 
Prejudiciële vragen recht op inzage I
De rechtbank Middelburg heeft prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie over het recht op inzage.
Rechtbank Middelburg 15 maart 2012, LJN: BV8942

Doel inzageverzoek niet relevant
Op grond van artikel 35, tweede lid, Wbp dient de verantwoordelijke een volledig overzicht van de verwerkte persoonsgegevens te verstrekken, los van het doel dat betrokkene met het verzoek voor ogen heeft.
ABRvS 30 november 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BU6383
 

Wet BIBOB
De Wet BIBOB sluit verzoeken op grond van artikelen 35 en 36 Wbp (inzage- en correctierecht) niet uit ten aanzien van belanghebbenden. De bestuursrechter leidt dit af uit de wetsgeschiedenis van de wet BIBOB. Het gesloten verstrekkingenregime uit de wet BIBOB geldt ten aanzien van derden (artikel 20 Wet BIBOB).
Rechtbank Amsterdam 11 mei 2010, LJN: BM4005
 
Bewijslast bij verzoek om inzage
Wanneer door een bestuursorgaan wordt gesteld dat na onderzoek is gebleken dat een bepaald document niet of niet meer onder hem berust en een dergelijke mededeling niet ongeloofwaardig voorkomt, is het in beginsel aan degene die om informatie verzoekt om aannemelijk te maken dat een bepaald document toch onder dat bestuursorgaan berust. Op het verzoek van appellant is naast art. 35 Wbp ook de Wob van toepassing, omdat het verzoek betrekking heeft op een bestuurlijke aangelegenheid.
ABRvS 17 juni 2009, LJN: BI8447
 
Verschaffing kopie medisch dossier
Omdat de uitoefening van betrokkene's recht onder art. 8 EVRM praktisch en effectief moet zijn, bestaat er een positieve verplichting om een kopie te verschaffen van het medisch dossier (verzoek hoeft niet te worden gerechtvaardigd). De houder van het medisch dossier kan de modaliteiten daarvan en/of de kosten daarvoor voor de betrokkenen vaststellen.
EHRM 28 april 2009, 32881/04 
 
Werkaantekeningen maken geen onderdeel uit van dossier
Volgens het beleid van de Raad voor de Kinderbescherming maken werkaantekeningen geen onderdeel uit van de dossiers en worden deze na afronding van het onderzoek vernietigd. Gelet op de aard van de functie van de aantekeningen en het feit dat deze hun neerslag vinden in de op te stellen rapportage, die deel uitmaakt van het dossier en ter inzage is gegeven, acht de Afdeling dit beleid niet onrechtmatig.
ABRvS 26 maart 2008, LJN: BC7603
 
Verhouding artikel 843a Burgerlijke Rechtsvordering en artikel 35 Wbp
Art. 843a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan niet worden beschouwd als een ten opzichte van art. 35 Wbp bijzondere bepaling die aan de daarin vermelde verplichting tot het geven van informatie afbreuk kan doen.
Hoge Raad 29 juni 2007, LJN: AZ4663 (Dexia)
 
Recht op volledig overzicht
Betrokkene kan volstaan met een verwijzing naar art. 35 Wbp en behoeft geen nadere redenen op te geven. Betrokkene heeft recht op volledig overzicht, hetgeen afhankelijk van de omstandigheden, vaak zal kunnen gebeuren door het verstrekken van afschriften, kopieën of uittreksels.
Hoge Raad 29 juni 2007, LJN: AZ4663 (Dexia)
 
Geen procesbelang nu vader niet bevoegd is ouderlijk gezag over zoon uit te oefenen
Vader wenst overlegging van een afschrift van de persoonsgegevens van zijn zoon en van zijn eigen persoonsgegevens. Nu de vader niet meer bevoegd is het ouderlijk gezag over zijn zoon uit te oefenen, heeft de vader geen procesbelang meer terzake. Vader heeft wel recht op inzage in zijn eigen persoonsgegevens.
Rechtbank 's Hertogenbosch 31 maart 2005, LJN: AT3148

Toevoegen waarschuwingsbrief in personeelsdossier
Op grond van art. 8 sub f Wbp was de werkgever gerechtigd om de waarschuwingsbrief zonder toestemming van de werknemer in het personeelsdossier toe te voegen. De fundamentele rechten en vrijheden van de werknemer verzetten zich daar niet tegen.
Rechtbank 's-Gravenhage 23 november 2004, 411501/04.1092

 
Geen recht op inzage in persoonlijke werkaantekeningen
Art. 6 en 8 EVRM en art. 1:377c Bw geven geen recht op inzage in uitsluitend voor persoonlijk gebruik gemaakte aantekeningen, die niet zijn bedoeld om onder ogen van derden te komen en ook niet onder ogen van derden zijn gekomen.
Hoge Raad 24 januari 2003, LJN: AF0148