Vergroot contrast

Artikel 77 lid 1 Wbp

Wbp Naslag > Hoofdstuk 11 > Artikel 77.1

 

WETTEKST
 
1. In afwijking van artikel 76 kan een doorgifte of een categorie van doorgiften van persoonsgegevens naar een derde land dat geen waarborgen biedt voor een passend beschermingsniveau, plaatsvinden indien:
a. de betrokkene daarvoor zijn ondubbelzinnige toestemming heeft gegeven;
b. de doorgifte noodzakelijk is voor de uitvoering van een overeenkomst tussen de betrokkene en de verantwoordelijke, of voor het nemen van precontractuele maatregelen naar aanleiding van een verzoek van de betrokkene en die noodzakelijk zijn voor het sluiten van een overeenkomst;
c. de doorgifte noodzakelijk is voor de sluiting of uitvoering van een in het belang van de betrokkene tussen de verantwoordelijke en een derde gesloten of te sluiten overeenkomst;
d. de doorgifte noodzakelijk is vanwege een zwaarwegend algemeen belang, of voor de vaststelling, de uitvoering of de verdediging in rechte van enig recht;
e. de doorgifte noodzakelijk is ter vrijwaring van een vitaal belang van de betrokkene, of
f. de doorgifte geschiedt vanuit een register dat bij wettelijk voorschrift is ingesteld en dat door een ieder dan wel door iedere persoon die zich op een gerechtvaardigd belang kan beroepen, kan worden geraadpleegd, voor zover in het betrokken geval is voldaan aan de wettelijke voorwaarden voor raadpleging.
g. gebruik wordt gemaakt van een modelcontract als bedoeld in artikel 26, vierde lid, van richtlijn nr. 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PbEG L 281).
 
 
 
TOELICHTING
 
Algemeen:
Wanneer een land buiten de Unie onvoldoende bescherming van persoonsgegevens biedt, is verkeer van persoonsgegevens niet uitgesloten, doch onderworpen aan aanvullende regels. De bepaling bevat een aantal alternatieve criteria. Indien aan één daarvan is voldaan, kan de doorgifte aan dat land plaatsvinden, mits uiteraard ook overigens is voldaan aan alle criteria die reeds voor het verkeer binnen de Unie gelden. (II, nr. 3, blz.194-195)

De plenaire behandeling in de Eerste Kamer besteedt ook aandacht aan dit artikel. Indien een van de uitzonderingen voorzien in artikel 77, eerste lid, toepassing vindt, kunnen persoonsgegevens toch worden doorgegeven naar een derde land. Met name de in de eerste drie onderdelen van dit lid voorziene uitzonderingen zullen een deel van de doorgifte mogelijk maken, ondanks het ontbreken van een passend niveau van bescherming. Indien deze uitzonderingen geen uitkomst bieden, voorziet artikel 77, tweede lid, in de aanvraag van een vergunning bij de Minister van Justitie (EK 34, blz. 34-1625) .

Ondubbelzinnige toestemming
Onderdeel a eist dat de toestemming betrekking heeft op de doorgifte naar het derde land. Artikel 1 onder h, vereist dat het moet gaan om een "vrije, specifieke en op informatie berustende wilsuiting". Dat betekent dat betrokkene op de hoogte moet zijn, zonodig op de hoogte moet worden gebracht, van het niveau van gegevensbescherming in het land waarnaar de gegevens zullen worden overgedragen, en zijn toestemming ondubbelzinnig op die overdracht betrekking moet hebben. (II, nr. 3, blz.194-195)

Noodzakelijk voor uitvoering/voorbereiding overeenkomst
Onderdeel b opent de mogelijkheid dat bij de uitvoering of de voorbereiding van overeenkomsten ook doorgifte van persoonsgegevens plaatsvindt. Dit onderdeel heeft betrekking op de uitvoering van overeenkomsten waarbij de betrokkene partij is. (II, nr. 3, blz. 194-195)

Dit onderdeel kan geen basis vormen voor de doorgifte van persoonsgegevens met het oog op direct marketing. Een dergelijke doorgifte vindt immers niet plaats met het oog op het belang van de betrokkene, doch slechts in het belang van degene die de betrokkene met behulp van de persoonsgegevens benadert. (II, nr. 3, blz.194-195)

Voorbeeld: noodzakelijk voor overeenkomst
Het kan bij voorbeeld nodig zijn dat voor de uitvoering van een overeenkomst een betaling plaatsvindt, welke betaling in het bancaire verkeer via een niet steeds te voorzien aantal landen verloopt. Het is dan niet nodig, zelfs niet altijd mogelijk om de betrokkene toestemming voor een dergelijke doorgifte te vragen. De betrokkene is dan degene die in het kader van een rekening-courantverhouding een betalingsopdracht doet, waarbij zijn gegevens worden doorgegeven. Onderdeel c heeft betrekking op de uitvoering van een overeenkomst waarbij de betrokkene geen partij is, doch waarbij hij belang heeft. Zo kan bij herverzekering van een in Nederland gesloten verzekering het onder omstandigheden noodzakelijk zijn de persoonsgegevens van de verzekerde door te geven aan een land buiten de Unie in het kader van een overeenkomst tussen een Nederlandse verzekeraar en een herverzekeraar, gevestigd buiten de Unie. Een dergelijke herverzekering is mede in het belang van de betrokkene. Ook een bank die in een betalingsopdracht opgenomen persoonsgegevens doorgeeft van een ander dan degene die de opdracht gaf, kan dit doen indien die doorgifte plaatsvindt in het kader van een overeenkomst tussen de opdrachtgever en een derde voor zover die overeenkomst is gesloten in het belang van de betrokkene. Deze bepaling legt een bank geen actieve plicht op om de persoonsgegevens die onder verantwoordelijkheid van een opdrachtgever worden verwerkt, als bewerker te controleren op overeenstemming met deze bepaling. Mogelijke schade wegens niet-naleving van dit voorschrift komt blijkens artikel 49, vierde lid, slechts voor rekening van de bewerker voor zover hem deze kan worden toegerekend. Dit is slechts het geval indien zonder bijzondere controle het de bank als bewerker onmiskenbaar duidelijk is, dat doorgifte in strijd zou komen met deze bepalingen. (II, nr. 3, blz.194-195)

Zwaarwegend algemeen belang of verdediging van een recht in rechte
Onderdeel d omschrijft de gevallen waarin zonder dat het belang van de betrokkene daarmee is gediend, desondanks de overdracht van gegevens is aangewezen. Dan moet een zwaarwegend algemeen belang in het geding zijn. Ook is doorgifte toegestaan wanneer dat nodig is voor de vaststelling, de uitvoering of de verdediging in rechte van enig recht. Dit omvat mede de doorgifte van persoonsgegevens aan bij voorbeeld een incassobureau gevestigd buiten de Unie voorafgaand aan een mogelijke gerechtelijke procedure. (II, nr. 3, blz.194-195)

Vitaal belang betrokkene
Onderdeel e maakt de doorgifte mogelijk van persoonsgegevens wanneer vitale belangen van de betrokkene in het geding zijn. Voor een uitleg van dit begrip verwijzen wij naar de toelichting op artikel 77, eerste lid, onder e. (II, nr. 3, blz.194-195)

Vanuit bij wet ingesteld openbaar register
Onderdeel f ziet op openbare registers. De richtlijn spreekt van registers die bedoeld zijn om het publiek voor te lichten. Een ieder kan het kadaster, het handelsregister e.d. ongeacht of hij binnen of buiten de Unie zich bevindt of is gevestigd. Hetzelfde geldt voor registers die in de Nederlandse wetgeving weliswaar niet als openbaar register bij wet is ingesteld, maar waaruit belanghebbenden, wanneer aan bepaalde voorwaarden is voldaan, persoonsgegevens kunnen verkrijgen. Een voorbeeld is de kentekenregistratie. Beiden varianten worden door de richtlijn gedekt. (II, nr. 3, blz.194-195)

 
Wijziging per 9 februari 2012
Als gevolg van het nieuwe artikel 77, eerste lid, onder g, Wbp kan een doorgifte van persoonsgegevens naar een derde land zonder passend beschermingsniveau plaatsvinden wanneer gebruik wordt gemaakt van een modelcontract dat is goedgekeurd door de Europese Commissie. Dit betekent dat een vergunning van de minister van Veiligheid en Justitie niet meer nodig is wanneer gebruik wordt gemaakt van een modelcontract. Het modelcontract moet wel ongewijzigd worden overgenomen. (Bron: Kamerstukken II 2008/09, 31 841, nr. 3, p. 16)