Vergroot contrast

Uitkering

Wie een uitkering aanvraagt, krijgt te maken met zogeheten uitvoeringinstanties. Dit zijn organisaties die wettelijke regelingen in de sociale zekerheid uitvoeren. Zoals het UWV Werkbedrijf en de gemeentelijke sociale dienst. Om te kunnen beoordelen of iemand recht heeft op een uitkering, hebben deze organisaties veel persoonsgegevens nodig. Bijvoorbeeld gegevens over het arbeidsverleden van deze persoon en zijn financiële gegevens.

Deze organisaties zijn wettelijk bevoegd om persoonsgegevens vast te leggen, onder meer op grond van de Participatiewet. Maar zij moeten wel rekening houden met de privacy van hun cliënten, die immers veel persoonlijke informatie moeten prijsgeven.

De uitvoeringsinstanties mogen alleen gegevens opvragen die strikt noodzakelijk zijn om te bepalen of iemand het recht heeft om een uitkering te (blijven) krijgen.

Nieuws

Alle nieuwsberichten over het onderwerp 'Uitkering'

Alle antwoorden op mijn vragenVragen over uitkering

  • Mag de sociale dienst naar mijn bezittingen en schulden vragen?

    Ja, dat mag. U bent verplicht informatie aan de sociale dienst te geven over alles wat van belang is om een bijstandsuitkering te (blijven) krijgen. Als het nodig is, moet u ook bewijsstukken overleggen.

    Inzicht in financiële situatie

    Om te bepalen of u recht heeft op een bijstandsuitkering, moet de sociale dienst inzicht hebben in uw financiële situatie. Dat staat in de Participatiewet. Daarom moet de sociale dienst naar uw inkomen en vermogen kijken. Uw vermogen is de waarde van uw bezittingen verminderd met de waarde van uw schulden.

    Bezittingen

    De Participatiewet maakt niet duidelijk wat er precies onder bezittingen wordt verstaan. De sociale dienst mag u daarom vragen stellen om vast te stellen welke bezittingen u heeft. De sociale dienst kan bijvoorbeeld vragen of u uw inboedel heeft verzekerd en zo ja, tegen welk bedrag. Een hoge inboedelverzekering kan immers wijzen op het bezit van waardevolle goederen.

    Vragen sociale dienst

    De sociale dienst stelt meestal vragen als:

    • Wat is het saldo op uw rekeningen?
    • Bezit u onroerende zaken?
    • Bezit u waardepapieren?
    • Bezit u een auto, motor, caravan of boot?
    • Bezit u antiek en/of sieraden?
    • Verwacht u op dit moment vermogen te verkrijgen (bijvoorbeeld uit een nog te verdelen erfenis, ontbonden huwelijk of beëindigde samenwoning)?
    • Heeft u nog aanspraken op geld of bezittingen?
    • Is de inboedel verzekerd?

    Noodzakelijke gegevens

    Elke keer als de sociale dienst om informatie vraagt, moet deze de eigen belangen afwegen tegen uw privacybelang. Vraagt u zich af waarom de sociale dienst bepaalde dingen van u wil weten? Dan kunt u dit altijd vragen. De sociale dienst moet dan kunnen aantonen dat het voor uw recht op een uitkering noodzakelijk is dat u deze gegevens verstrekt.

  • Mag de sociale dienst naar mijn uitgaven kijken?

    Nee, in principe heeft de sociale dienst geen gegevens over uw uitgaven nodig. Voor het recht op een uitkering maakt het namelijk niet uit waar u uw geld aan uitgeeft.

    In sommige situaties moet u wel inzicht geven in uw uitgaven. Bijvoorbeeld als u bijzondere bijstand aanvraagt omdat u extra kosten heeft moeten maken. Zoals ziektekosten of studiekosten. Maar het gaat hierbij om een uitzondering. Daarom moet de sociale dienst kunnen aangeven waarom u inzicht moet geven in uw uitgaven.

    Bankafschriften controleren

    De sociale dienst mag uw bankafschriften controleren om te zien welke inkomsten en bezittingen u heeft. Maar u mag daarbij uw uitgaven onleesbaar maken als u dat wilt. De sociale dienst moet u informeren over de mogelijkheid om uw uitgaven onleesbaar te maken.

    Maar let op: bij een vermoeden van fraude mag u uw uitgaven niet onleesbaar maken. Uitgangspunt is dat de sociale dienst per persoon moet beoordelen of het inzien van de uitgaven noodzakelijk is.

  • Mag de sociale dienst kopieën maken van mijn bankafschriften?

    Ja, dat mag. De sociale dienst mag uw bankafschriften controleren. Dat is om na te gaan of u niet te veel vermogen of inkomsten heeft. De sociale dienst mag vervolgens een kopie maken van het eerste en laatste afschrift van de gecontroleerde periode. En deze kopieën opnemen in uw dossier. Dat is het bewijs dat de controle is uitgevoerd. Maar het is daarbij niet nodig dat de sociale dienst al uw bankafschriften kopieert.

    Kopie als bewijsstuk

    Soms is het nodig dat de sociale dienst kopieën van uw bankafschriften maakt als bewijsstuk in uw dossier. Uw bijstandsconsulent moet u in dat geval kunnen uitleggen waarom het kopiëren noodzakelijk is. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om een vermoeden van fraude. Of er is op een bankafschrift iets bijzonders te zien.

  • Mag een uitkeringsinstantie een kopie maken van mijn identiteitsbewijs en dat van mijn begeleider?

    Een uitkeringsinstantie mag een kopie maken van uw identiteitsbewijs bij de start van uw uitkering. Dus niet bij elk bezoek.

    Heeft u iemand die u begeleidt bij de bezoeken aan de uitkeringsinstantie? Dan mag de instantie geen volledige kopie maken van het identiteitsbewijs van uw begeleider. Het burgerservicenummer (BSN) van uw begeleider mag niet worden vastgelegd door de uitkeringsinstantie.