Vergroot contrast

Wijziging van de Wet bescherming persoonsgegevens

De Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) is op een aantal punten aangepast. Het voornaamste doel hiervan is de administratieve lasten en nalevingskosten voor verantwoordelijken - bedrijven en instellingen die persoonsgegevens verwerken - te verminderen. De wet ‘Wijziging Wbp in verband met de vermindering van administratieve lasten en nalevingskosten, wijzigingen teneinde wetstechnische gebreken te herstellen en enige andere wijzigingen’ (31 841) treedt in werking op 9 februari 2012 .

Hieronder volgt een overzicht van de aanpassingen die lastenverlichting opleveren voor verantwoordelijken en van de belangrijkste overige wijzigingen. Het Wbp-artikel waarin een genoemde wijziging zich voordoet, staat tussen haakjes achter de beschrijving.

Lastenverlichting voor verantwoordelijken

De Wbp is op de volgende punten aangepast om de administratieve lasten en nalevingskosten voortvloeiend uit de Wbp te verminderen:

Voorafgaand onderzoek

Verantwoordelijken zijn niet langer verplicht bij het CBP een voorafgaand onderzoek (VO) aan te vragen voor hun verwerking van persoonsgegevens als:

  • op verzoek van een andere verantwoordelijke al een VO voor die gegevensverwerking is uitgevoerd;
  • het College bescherming persoonsgegevens (CBP) daarbij de verwerking rechtmatig heeft verklaard (artikel 31 lid 3).

Dit is bijvoorbeeld van toepassing als een verantwoordelijke wil deelnemen aan een bestaande zwarte lijst.

Doorgifte van persoonsgegevens naar het buitenland

Als gevolg van wijziging van artikel 77 Wbp kan een doorgifte van persoonsgegevens naar een derde land zonder passend beschermingsniveau plaatsvinden wanneer gebruik wordt gemaakt van een modelcontract dat is goedgekeurd door de Europese Commissie. Dit betekent dat een vergunning van de minister van Veiligheid en Justitie niet meer nodig is wanneer gebruik wordt gemaakt van een modelcontract. Het modelcontract moet wel ongewijzigd worden overgenomen.

Als gevolg van wijziging van artikel 78 van de Wbp zal Nederland alle besluiten van de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie dat in een derde land sprake is van een passend beschermingsniveau zonder meer erkennen. Wel heeft Nederland de mogelijkheid om de doorgifte naar een dergelijk derde land onder omstandigheden (en al dan niet tijdelijk) op te schorten.

Functionaris voor de gegevensbescherming

De functionaris voor de gegevensbescherming is niet langer verplicht een jaarverslag op te stellen van zijn of haar werkzaamheden en bevindingen (artikel 63, lid 5 is vervallen).

Verwerking bijzondere persoonsgegevens

Verantwoordelijken mogen nu bijzondere persoonsgegevens verwerken als dit noodzakelijk is om de belangen van een betrokkene of een ander persoon te verdedigen maar het niet mogelijk is om uitdrukkelijk toestemming aan diegene te vragen (artikel 23 lid 1, sub d). Dit speelt bijvoorbeeld als er een acuut gevaar voor iemands leven of gezondheid dreigt.

Ook voor het CBP, de Nationale ombudsman en andere ombudslieden is onder voorwaarden het verwerken van bijzondere persoonsgegevens zonder toestemming niet langer verboden. De voorwaarden zijn dat er een zwaarwegend belang is, dat de verwerking nodig is om hun taken goed te kunnen uitvoeren en dat de privacy van de betrokkenen niet onevenredig wordt geschaad (artikel 23 lid 1, sub g).

Samenwerkingsverbanden van bestuursorganen en/of organisaties met een overheidstaak mogen nu onder voorwaarden strafrechtelijke gegevens verwerken, ook als de Wet politiegegevens of de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens niet van toepassing zijn op de verwerking.

Op grond van deze wetten was er al een uitzondering mogelijk op het verbod om strafrechtelijke gegevens te verwerken. Er zijn echter ook verwerkingen door samenwerkingsverbanden mogelijk waarop deze wetten niet van toepassing zijn. Bijvoorbeeld wanneer de reclassering en de gemeente deel uitmaken van een samenwerkingsverband en de reclassering binnen dit verband van de politie verkregen strafrechtelijke gegevens aan de gemeente wil doorgeven.

Voorwaarden voor de gegevensverwerking zijn dat deze noodzakelijk is om de taken van het samenwerkingsverband of van de afzonderlijke partijen hierin goed te kunnen uitvoeren en dat de privacy van de betrokkenen niet onevenredig wordt geschaad (artikel 22 lid 6).

Overige wijzigingen Wbp

De belangrijkste overige wijzigingen van de Wbp zijn:

Verhoging strafrechtelijke boetes

De strafrechtelijke boetes voor het overtreden van de meldingsplicht zijn verhoogd, zodat deze niet meer uit de pas lopen met de bestuurlijke boetes (artikel 75 lid 1 en 2).

Recht van verzet

Betrokkenen kunnen verzet aantekenen als zij niet willen dat een verantwoordelijke hun persoonsgegevens gebruikt of doorgeeft voor reclamedoeleinden (direct marketing). Zij hebben nu ook de mogelijkheid een verantwoordelijke te vragen welke maatregelen deze heeft genomen om het gebruik van hun gegevens te beëindigen. De verantwoordelijke moet hier binnen vier weken op antwoorden (artikel 41 lid 2).