Vergroot contrast

Registratiekamer wijst invoering van persoonsnummers in onderwijs af 

Persbericht, 1 oktober 1996 De Registratiekamer is tegen de invoering van een persoonsnummer met behulp waarvan de administraties van alle onderwijsinstellingen kunnen worden gecontroleerd en iedere leerling of student door het ministerie van onderwijs stelselmatig kan worden gevolgd. Wanneer, zoals het ministerie voorstelt, het sofi-nummer van elke deelnemer aan het onderwijs, vanaf vierjarige leeftijd, wordt vastgelegd in de onderwijsadministraties en beschikbaar komt voor het ministerie, wordt het doelgebonden gebruik van het sofi-nummer op de helling gezet en is de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van een groot deel van de Nederlandse bevolking niet langer gewaarborgd. De invoering van persoonsnummers is een ingrijpend middel, waarvan de consequenties in dit geval in geen proportie staan tot het doel. Een controlesysteem waarbij het ministerie beschikt over persoonsgegevens van individuele leerlingen en studenten, druist ook in tegen bestaande verdeling van bevoegdheden tussen ministerie en onderwijsinstellingen. Dit zijn de belangrijkste conclusies van het advies dat de Registratiekamer onlangs heeft uitgebracht over een concept-wetsvoorstel van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW).

Sofi-nummer in onderwijsadministratie
Het ministerie van OCW heeft een wetsvoorstel voorbereid dat leerlingen en studenten verplicht bij inschrijving hun sofi-nummer te verstrekken. Indien voor de betrokken student of leerling nog geen sofi-nummer beschikbaar is, moet een alternatief onderwijsnummer worden toegekend. Door op deze wijze iedereen die deelneemt aan het onderwijs een uniek persoonsnummer te geven, kan volgens het ministerie beter dan nu een effectieve controle worden uitgeoefend op de toekenning van financile middelen aan onderwijsinstellingen. Met behulp van de persoonsnummers zou het ministerie op eenvoudige wijze kunnen controleren of dubbele inschrijving of inschrijving van niet bestaande personen plaatsvindt. Als het ministerie beschikt over de sofi-nummers (of alternatieve persoonsnummers) van iedereen die deelneemt aan het onderwijs, zou zij ook beter in staat zijn om de kwaliteit van het onderwijsstelsel te bewaken, belangrijke ontwikkelingen te volgen en bepaalde groepen leerlingen of studenten (zoals allochtonen en sociaal-economische achtergestelden) systematisch te volgen.

Het ministerie van OCW bepleit het gebruik van het bestaande sofi-nummer omdat de koppeling met andere registraties daarmee op eenvoudige wijze kan worden gerealiseerd en een maximale efficiency in de controle kan worden bereikt. Voor personen jonger dan veertien jaar, aan wie de belastingdienst nog geen sofi-nummer heeft toegekend, moet de gemeente een document met sofi-nummer verstrekken. Voor buitenlanders, asielzoekers en illegalen moet een alternatief nummer worden verstrekt door de Informatie Beheer Groep.

Controle-systeem in strijd met bevoegdheden ministerie
De invoering van een controlesysteem waarbij het ministerie de beschikking heeft over sofi-nummers en persoonsgegevens van leerlingen en studenten, staat op gespannen voet met de bestaande verdeling van bevoegdheden tussen ministerie en onderwijsinstellingen. De bekostiging van onderwijsinstellingen door het ministerie is gebaseerd op opgaven van aantallen leerlingen aan het ministerie. De huidige regels laten niet toe dat onderwijsinstellingen aan het ministerie gegevens verstreken over individuele leerlingen of studenten. Op basis van de huidige wetgeving is het ministerie ook niet bevoegd om bestandsvergelijkingen uit te voeren tussen de leerlingen- en studentenregistraties van onderwijsinstellingen. De Registratiekamer is van mening dat het ministerie van OCW niet voldoende heeft onderzocht op welke alternatieve manieren de rechtmatigheid van de bestedingen beter dan nu kan worden gecontroleerd.

De andere argumenten die het ministerie aanvoert voor de invoering van een persoonsnummer - het verhogen van de doelmatigheid van de administratie en het kunnen beschikken over meer beleidsinformatie - zijn volgens de Registratiekamer evenmin geldig. Om de doelmatigheid van de onderwijsadministraties te verbeteren is het allerminst noodzakelijk om persoonsnummers in te voeren. Het genereren van beleidsinformatie met behulp van persoonsnummers zou leiden tot een systeem waarmee persoonsgegevens van alle leerlingen en studenten voor uiteenlopende doeleinden worden gebruikt en waarmee uiteindelijk een groot deel van de Nederlandse bevolking permanent kan worden gevolgd. De Registratiekamer acht de inrichting van een dergelijk systeem niet gerechtvaardigd, omdat voldoende waarborgen van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer ontbreken en omdat door het ministerie niet is aangetoond dat andere methoden (waarbij alleen wordt gewerkt met geaggregeerde gegevens) ontoereikend zijn.

De Registratiekamer heeft er geen problemen mee dat de Informatie Beheer Groep (IBG) een effectieve controle uitoefent bij de toekenning van studiefinanciering en inning van cursusgelden. Omdat IBG voor dat doel reeds beschikt over het sofi-nummer van scholieren en studenten van 16 jaar en ouder, is zij voldoende in staat om die controle uit te oefenen. Een uitbreiding van het gebruik van het sofi-nummer voor toepassingen zoals het ministerie van OCW dat voorstelt, acht de Registratiekamer onverantwoord.