Vergroot contrast

Privacygedragscode verplicht voor alle particuliere recherchebureaus  

Alle particuliere recherchebureaus zijn vanaf 1 juni verplicht de Privacygedragscode voor de particuliere onderzoeksbureaus te volgen. De Minister van Justitie heeft het naleven van de gedragscode als verplichte voorwaarde gesteld voor het verkrijgen van een vergunning.

Begin dit jaar gaf het CBP een goedkeurende verklaring af voor de Privacygedragscode voor de particuliere onderzoeksbureau, opgesteld door de Vereniging van Particuliere Beveiligingsbureaus (VPB). De gedragscode beschrijft de praktijk van het particulier onderzoek en geeft richtlijnen voor onder andere heimelijke observatie, verborgen camera’s, het afluisteren van telefoongesprekken en het onderscheppen van e-mail. Bedrijven -de grote opdrachtgevers voor de particuliere recherche– en ook particulieren kunnen zich nu beter informeren over de mogelijkheden die zij hebben voor de bestrijding van onregelmatigheden.

De privacygedragscode geeft ook bescherming aan personen die onderzocht worden door particuliere recherchebureaus. Onderzochte personen moeten in enig stadium van het onderzoek worden geïnformeerd over de uitkomsten van het onderzoek. Zij kunnen ook klachten indienen tegen aangesloten recherchebureaus.

Lees ook:

Over gedragscodes
Organisaties die een bepaalde sector vertegenwoordigen, kunnen voor hun leden een gedragscode vaststellen. In de gedragscode wordt aangegeven hoe die leden met persoonsgegevens zullen omgaan. Er bestaat geen verplichting tot het vaststellen van een gedragscode. Het CBP kan op verzoek van de organisaties de conceptgedragscode toetsen en verklaren dat deze voldoet aan de Wbp. De verklaring van het CBP is ten hoogste vijf jaar geldig. Meer informatie over gedragscodes is te vinden in de brochure Gedragscodes. Bescherming van persoonsgegevens door zelfregulering.

Over het CBP
Het CBP houdt - onder de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) - toezicht op de naleving van wetten die het gebruik van persoonsgegevens regelen. Bij het CBP moet het gebruik van persoonsgegevens worden gemeld, tenzij hiervoor een vrijstelling geldt.

Het CBP adviseert de regering en organisaties over de bescherming van persoonsgegevens en onderwerpen die daarmee samenhangen. Het CBP toetst gedragscodes en bemiddelt in geschillen tussen burgers en gebruikers van persoonsgegevens. Op eigen initiatief of op verzoek van een belanghebbende kan het CBP onderzoeken of de manier waarop persoonsgegevens in een bepaalde situatie zijn gebruikt, in overeenstemming is met de wet en daaraan zo nodig gevolgen verbinden. Voor in gebreke blijven bij de melding kan een boete worden opgelegd. Bij overtreding van de wet of daarop gebaseerde regelingen kan het CBP overgaan tot bestuursdwang of een dwangsom opleggen.