Vergroot contrast

Particuliere recherchebureaus informeren burgers onvoldoende over onderzoek  

De wetgever heeft bepaald dat burgers het recht hebben geïnformeerd te worden over onderzoek dat een particulier recherchebureau naar hen verricht of heeft verricht. De naleving van de informatieplicht is essentieel willen burgers hun recht op inzage en correctie kunnen uitoefenen. Deze wettelijke informatieplicht wordt onvoldoende nageleefd. In 2005 heeft het CBP bij 33 recherchebureaus onderzoek gedaan. Het onderzoek bestond uit een schriftelijke enquête onder dertig bureaus en benutte daarnaast de resultaten van een breder onderzoek ter plaatse bij drie bureaus. Het CBP ziet hierin aanleiding de branche gericht voor te lichten en in 2007 controleonderzoeken te houden. Het niet naleven van de informatieplicht kan gevolgen hebben voor de vergunning. Nog in 2006 zal het ministerie van Justitie een evaluatieonderzoek doen naar de privacygedragscode, die verbindend is voor alle bureaus.

De opdrachtgevers van de bureaus spelen een grote rol in het proces van de naleving van de informatieplicht. Veel bureaus nemen de beslissing om de betrokkene te informeren in overleg met de opdrachtgever. De informatieplicht blijkt vaak te worden overgelaten aan de opdrachtgever. Vrijwel geen particulier recherchebureau heeft een specifieke procedure of werkinstructie voor het voldoen aan de informatieplicht. In de gedragscode is niets geregeld over het ‘uitbesteden’ van de informatieplicht aan de opdrachtgever. Doorgaans laat de opdrachtgever het bureau niet weten dat daadwerkelijk aan de informatieplicht is voldaan.

Het CBP concludeert daarom dat in een groot aantal gevallen de onderzochte particuliere recherchebureaus niet weten of aan de informatieplicht is voldaan omdat zij dit hebben overgelaten aan de opdrachtgever. Gezien de onderzoeksresultaten acht het CBP het noodzakelijk dat bureaus de naleving van de informatieplicht steeds schriftelijk met de opdrachtgever regelen. Indien een bureau het nakomen van de informatieplicht aan de opdrachtgever overlaat, kan het bureau uitsluitend aannemen dat een betrokkene al op de hoogte is, als hiervan een schriftelijk bewijs is overgelegd aan het recherchebureau.

De particuliere recherche is een sterk gegroeide sector waarin vergaande methoden van particulier onderzoek worden toegepast. De enquête naar de naleving van de informatieplicht en het bredere onderzoek bij enkele bureaus naar een aantal verplichtingen van de Wbp (zoals gebruikte bronnen, bewaartermijnen en de rechtvaardiging voor heimelijk onderzoek), vormt het eerste onderzoek in de branche sinds de regulering ervan in 2004. Het CBP heeft in januari 2004 een goedkeurende verklaring als bedoeld in artikel 25 Wbp afgegeven voor de privacygedragscode die is opgesteld door de Vereniging van Particuliere Beveiligingsbureaus (VPB; Staatscourant van 13 januari 2004).Vervolgens heeft de Minister van Justitie de naleving van de privacygedragscode vanaf 1 juni 2004 verplicht gesteld voor alle particuliere recherchebureaus. De Minister van Justitie en het CBP hebben daarnaast een samenwerkingsovereenkomst gesloten voor het toezicht op de branche.

Lees ook:

Over de informatieplicht
Mensen hebben het recht te weten wat er met hun persoonsgegevens gebeurt. Op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) zijn organisaties en instellingen daarom verplicht mensen te informeren over hun identiteit en over wat zij met hun persoonsgegevens doen. Een organisatie moet bijvoorbeeld laten weten voor welk doel het de persoonsgegevens verzamelt. Ook moet deze organisatie laten weten of het persoonsgegevens doorgeeft aan andere organisaties en waarom. Als een organisatie persoonsgegevens van een andere instantie krijgt, kan de informatieplicht zwaarder wegen dan wanneer het de gegevens rechtstreeks van de betrokken persoon had ontvangen. Een betrokken persoon is er namelijk niet altijd van op de hoogte dat zijn persoonsgegevens doorgegeven zijn aan een andere organisatie.

Het is dus van groot belang dat personen die voorwerp van onderzoek zijn geweest, daarvan op de hoogte worden gesteld. Op basis van hun recht op inzage kunnen zij dan zelf controleren of er zorgvuldig met hun gegevens is omgegaan. Dit geldt des te meer als het onderzoek van het particuliere recherchebureau niet leidt tot een actie door de opdrachtgever.

Zie verder de informatiebladen Informatieplicht (voor organisaties) en Recht op informatie (voor burgers).

OVER HET CBP
Het College bescherming persoonsgegevens (CBP) houdt - onder de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) - toezicht op de naleving van wetten die het gebruik van persoonsgegevens regelen. Bij het CBP moet het gebruik van persoonsgegevens worden gemeld, tenzij hiervoor een vrijstelling geldt.

Het CBP adviseert de regering en organisaties over de bescherming van persoonsgegevens en onderwerpen die daarmee samenhangen. Het CBP toetst gedragscodes en bemiddelt in geschillen tussen burgers en gebruikers van persoonsgegevens. Op eigen initiatief of op verzoek van een belanghebbende kan het CBP onderzoeken of de manier waarop persoonsgegevens in een bepaalde situatie zijn gebruikt, in overeenstemming is met de wet en daaraan zo nodig gevolgen verbinden. Voor in gebreke blijven bij de melding kan een boete worden opgelegd. Bij overtreding van de wet of daarop gebaseerde regelingen kan het CBP overgaan tot bestuursdwang of een dwangsom opleggen.