Vergroot contrast

Particuliere recherche en bescherming van persoonsgegevens Onderzoek naar de naleving van enkele Wbp-normen door drie particuliere recherchebureaus

CBP, mei 2006 Inhoudsopgave Samenvatting De particuliere recherche is een sterk gegroeide sector waarin vergaande methoden van particulier onderzoek worden toegepast. Het beleidsplan van het CBP voorzag voor 2005 in een onderzoek naar particuliere recherchebureaus met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens. Dit heeft geresulteerd in twee onderzoeken: een enqute bij 30 bureaus naar de naleving van de informatieplicht en een breder onderzoek bij enkele bureaus naar een aantal verplichtingen van de Wbp (zoals gebruikte bronnen, bewaartermijnen en de rechtvaardiging voor heimelijk onderzoek). Deze onderzoeken vormen samen het eerste onderzoek in de branche sinds de regulering ervan in 2004. Het CBP heeft in januari 2004 een goedkeurende verklaring als bedoeld in artikel 25 Wbp afgegeven voor de privacygedragscode die is opgesteld door de Vereniging van Particuliere Beveiligingsbureaus (VPB;). Vervolgens heeft de Minister van Justitie de naleving van de privacygedragscode vanaf 1 juni 2004 verplicht gesteld voor alle particuliere recherchebureaus. De Minister van Justitie en het CBP hebben daarnaast een samenwerkingsovereenkomst gesloten voor het toezicht op de branche.

Dit onderzoeksrapport Particuliere recherche en bescherming van persoonsgegevens is de geanonimiseerde rapportage over het bredere onderzoek bij drie particuliere recherchebureaus en is samengesteld uit de afzonderlijke onderzoeksrapporten. De onderzoeken hebben plaatsgevonden in de periode augustus-september 2005 en hadden tot doel vast te stellen of de onderzochte bureaus bij het verwerken van persoonsgegevens voldeden aan bepaalde aspecten van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). De algemene bureauinformatie is grotendeels weggelaten ter anonimisering van het betrokken bureau. Per bureau worden de vijf onderzoeksvragen behandeld, steeds aan de hand van de trits norm, feitelijke constateringen en beoordeling.

Het CBP ziet in de resultaten van de beide onderzoeken aanleiding de branche gericht voor te lichten en in 2007 controleonderzoeken te houden. Het niet naleven van de informatieplicht kan gevolgen hebben voor de vergunning. Nog in 2006 zal het ministerie van Justitie een evaluatieonderzoek doen naar de privacygedragscode, die verbindend is voor alle bureaus.

 

Inhoudsopgave

  • Samenvatting
  • Inleiding
  • Bureau 1: feitelijke bevindingen en beoordeling
  • Bureau 2: feitelijke bevindingen en beoordeling
  • Bureau 3: feitelijke bevindingen en beoordeling
  • Bijlagen

 

Samenvatting

Het onderzoek
In augustus en september 2005 heeft het CBP onderzoek ter plaatse verricht bij drie particuliere recherchebureaus (verder: Bureau 1, 2 en 3). Het gaat om n klein bureau (Bureau 1: 5 rechercheurs). Tijdens het onderzoek heeft een begeleidingscommissie van vier externe deskundigen de opzet en de conceptresultaten van het onderzoek van commentaar voorzien.

Onderzoeksvragen
De onderzoeken richtten zich op de volgende aspecten:

  • de verplichte informatieverstrekking aan de door het recherchebureau onderzochte personen;
  • de bewaartermijn;
  • het gebruik van externe informatiebronnen;
  • de omschrijving van het doel van het onderzoek;
  • de vastlegging van de onderzoeksmethoden voor een onderzoek.

Normenkader
Het normenkader voor het onderzoek is de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Bij de beoordeling van de normen zijn ook de regels van de Privacygedragscode voor particuliere onderzoeksbureaus (hierna: de gedragscode) betrokken. De gedragscode, die vanaf 1 juni 2004 door de Minister van Justitie bindend is gemaakt voor alle particuliere recherchebureaus, bevat richtlijnen hoe in juridische zin moet worden omgegaan met persoonsgegevens die in het kader van de dienstverlening aan opdrachtgevers verwerkt worden.

Resultaten
1 Naleving van de informatieplicht

  • De werkwijze met betrekking tot de informatieplicht was bij alle drie de recherchebureaus niet (geheel) in overstemming met de wet. Dat wil niet zeggen dat onderzochte personen nooit werden ge nformeerd door het recherchebureau of de opdrachtgever over het feit dat zij onderwerp zijn geweest van een onderzoek, wel dat dit in bepaalde situaties wordt nagelaten.
  • De informatieplicht wordt nageleefd in geval er direct contact is met de betrokkene, zoals tijdens een interview (situatie van artikel 33 Wbp).
  • In de overige gevallen wordt de informatieplicht overgelaten aan de opdrachtgever.
  • Als de informatieplicht wordt overgelaten aan de opdrachtgever, zijn twee verschillende situaties aangetroffen:
  1. Er wordt niet afgesproken dat de opdrachtgever informeert en het recherchebureau controleert ook niet of de opdrachtgever de betrokkene heeft genformeerd (Bureau 1 en 3);
  2. Er wordt overeengekomen dat de opdrachtgever informeert, maar het recherchebureau vraagt niet standaard een bevestiging hiervan (Bureau 2).
  • Geen van de bureaus had een werkwijze met een afdoende controle op de vraag of de onderzochte personen op enig moment op de hoogte waren gebracht, door het recherchebureau zelf of door de opdrachtgever, van het feit dat zij onderwerp waren van een onderzoek.

2 In achtneming van de bewaartermijnen

  • De werkwijze van Bureau 3 met betrekking tot de bewaartermijn van persoonsgegevens was niet in overeenstemming met artikel 10 Wbp. De persoonsgegevens werden te lang bewaard.
  • Het CBP heeft niet geconstateerd dat de werkwijze van Bureau 1 en Bureau 2 met betrekking tot de bewaartermijn in strijd was met artikel 10 Wbp.

3 Informatiebronnen

  • Het CBP is van oordeel dat Bureau 1 de algemene zorgvuldigheidnorm van de Wbp heeft overtreden door regelmatig opdracht te geven aan een handelsinformatiebureau om persoonsgegevens te verzamelen waarvan Bureau 1 wist, of had moeten weten, dat deze persoonsgegevens niet op rechtmatige wijze konden worden verkregen. Bureau 1 had in ieder geval de herkomst van deze gegevens moeten controleren.
  • Het CBP heeft niet geconstateerd dat Bureau 2 en Bureau 3 op een onrechtmatige, onbehoorlijke of onzorgvuldige wijze persoonsgegevens verkrijgen.

4 Duidelijke doelomschrijving van het onderzoek

  • Het CBP heeft geen wezenlijke tekortkomingen geconstateerd bij Bureau 1, 2 of 3.

5 Onderzoeksmethoden

  • Bureau 1 heeft de algemene zorgvuldigheidsnorm van de Wbp overtreden doordat in de onderzoeksrapportages van Bureau 1 in een aantal gevallen niet duidelijk is welke onderzoeksmethoden zijn toegepast en waar de persoonsgegevens vandaan komen. Dat komt omdat het in de onderzochte dossiers niet duidelijk is dat bepaalde informatie van een handelsinformatiebureau afkomstig is (in 9 van de 21 onderzochte dossiers). Evenmin is duidelijk welke onderzoeksmethoden door het betreffende handelsinformatiebureau worden gehanteerd.
  • Bij bureau 2 en 3 zijn geen tekortkomingen geconstateerd.