Vergroot contrast

Naleving van de informatieplicht door particuliere recherchebureaus  

CBP, mei 2006 Inhoudsopgave Samenvatting Een van de belangrijkste pijlers van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) is transparantie voor betrokkenen bij de verwerking van hun persoonsgegevens. Dit wordt onder andere gewaarborgd door de in de Wbp vastgelegde informatieplicht. De wet verplicht de verantwoordelijke in principe de betrokkene te informeren als er persoonsgegevens worden verwerkt. Deze informatieplicht stelt de betrokkene (degene van wie de persoonsgegevens verwerkt worden) in staat zijn rechten uit te oefenen (zoals het recht op inzage en correctie) en een onrechtmatige gegevensverwerking aan te vechten. Het is dus van groot belang dat de informatieplicht door de verantwoordelijke wordt nageleefd. Het College bescherming persoonsgegevens (CBP) wil in 2005-2006 extra aandacht geven aan de informatieplicht. Onder meer is besloten onderzoek te doen naar de naleving van de informatieplicht door particuliere onderzoeksbureaus. Lees ook: Nadere invulling van de informatieplicht voor particuliere recherchebureaus

Particuliere onderzoeksbureaus houden zich op commercile basis bezig met het verrichten van feitenonderzoek in zaken met een privaatrechtelijke, bestuursrechtelijke of strafrechtelijke achtergrond. Voor een belangrijk deel heeft dit onderzoek als doel het verzamelen van materiaal dat als bewijs kan dienen in een gerechtelijke procedure. Een ander veelvoorkomend doel is het verzamelen van informatie die van belang is voor opdrachtgevers bij het nemen van (pre)contractuele beslissingen. Particuliere onderzoeksbureaus worden meestal particuliere recherchebureaus genoemd. In dit rapport wordt dit spraakgebruik gevolgd.

Particuliere recherchebureaus werken in opdracht van derden maar moeten beschouwd worden als verantwoordelijken in de zin van de Wbp. Voor verantwoordelijken partijen, doorgaans bedrijven en andere organisaties, die persoonsgegevens gebruiken voor eigen doelen houdt de informatieplicht in dat zij de betrokken persoon moeten informeren over:
1 De identiteit (de naam, het adres en de plaats) van de organisatie die de persoonsgegevens verwerkt;
2 Het doel van de gegevensverwerking.

Naleving van de informatieplicht telt in het bijzonder voor particuliere recherchebureaus zwaar omdat zij persoonsgegevens verwerken die bijna altijd van derden afkomstig zijn en niet van de betrokkene zelf. Verder gebeurt het verzamelen van informatie vaak op een heimelijke wijze. Ook gaat het vaak om zogenaamde bijzondere gegevens (zoals ras, strafrechtelijke gegevens en gegevens omtrent het seksuele leven; artikel 16 ev Wbp). Tenslotte kunnen de resultaten van een onderzoek van een particulier recherchebureau zeer ingrijpende gevolgen hebben voor de onderzochte persoon. Opdrachtgever en het particuliere recherchebureau moeten dus bijzondere aandacht besteden aan de wijze waarop het onderzoek plaatsvindt in het besef dat op enig moment verantwoording moet worden afgelegd aan de onderzochte persoon.

De particuliere recherche is een sterk groeiende sector waarin vergaande methoden van particulier onderzoek worden toegepast, terwijl tot voor kort weinig geregeld was. Het CBP heeft in januari 2004 (Staatscourant van 13 januari 2004) een goedkeurende verklaring als bedoeld in artikel 25 Wbp afgegeven voor de gedragscode die is opgesteld door de Vereniging van Particuliere Beveiligingsbureaus (VPB). De gedragscode bindt de bij de VPB aangesloten bureaus. Naleving van de gedragscode is door de Minister van Justitie vanaf 1 juni 2004 verplicht gesteld voor alle particuliere recherchebureaus. De Minister van Justitie en het CBP hebben daarnaast een samenwerkingsovereenkomst gesloten om het toezicht op de branche af te stemmen.

De gedragscode beschrijft de praktijk van het particulier onderzoek en geeft daarbij normen voor onder andere heimelijke observatie, het inzetten van verborgen camera’s, het afluisteren van telefoongesprekken en het onderscheppen van e-mail.

De gedragscode geeft ook bescherming aan personen die onderzocht worden door particuliere recherchebureaus. Onderzochte personen moeten in enig stadium van het onderzoek worden ge nformeerd over de uitkomsten van het onderzoek. Zij kunnen ook klachten indienen tegen aangesloten recherchebureaus. De gedragscode voorziet in onafhankelijke geschillenbeslechting.

In 2005 heeft het CBP twee onderzoeken in de particuliere recherchebranche uitgevoerd:
1 Een schriftelijke enqute onder een steekproef van 30 particuliere recherchebureaus naar de naleving van de informatieplicht.
2 Een breder onderzoek ter plaatse bij drie particuliere recherchebureaus. Diverse aspecten van de feitelijke verwerking van persoonsgegevens zijn hierbij onderzocht, waaronder de naleving van de informatieplicht.

Dit rapport bevat de resultaten van de enquête naar de naleving van de informatieplicht (hoofdstuk 1) en van de drie onderzoeken ter plaatse voor zover het de naleving van de informatieplicht betreft (hoofdstuk 2). De schriftelijke enquête geeft een niet getoetst beeld van de dagelijkse praktijk bij 30 bureaus, dat kon worden aangevuld met onderzoek naar de feitelijke gang van zaken bij drie bureaus.

 

Inhoudsopgave

  • Samenvatting
  • Inleiding
  • Bevindingen: enqu te onder 30 bureaus
  • Bevindingen: onderzoek ter plaatse bij drie bureaus
  • Conclusie en uitwerking van de wettelijke norm
  • Bijlagen

 

Samenvatting

Conclusie en uitwerking van de wettelijke norm
De resultaten van de enqute en het onderzoek ter plaatse bij drie recherchebureaus laten zien dat de opdrachtgever een grote rol speelt in het proces van de naleving van de informatieplicht. Veel bureaus geven aan dat de beslissing om de betrokkene te informeren in overleg met de opdrachtgever wordt genomen. Uit de beschikbare gegevens blijkt dat de informatieplicht vaak wordt overgelaten aan de opdrachtgever. Doorgaans is er verder echter weinig geregeld. Bijna geen enkel particulier recherchebureau heeft een specifieke procedure of werkinstructie opgesteld met betrekking tot de informatieplicht. In de gedragscode is niets geregeld over het 'uitbesteden' van de informatieplicht.

Het CBP constateert dat in een groot aantal gevallen de onderzochte particuliere recherchebureaus niet weten of aan de informatieplicht is voldaan omdat zij niet zelf de betrokkene hebben ingelicht maar het voldoen aan de informatieplicht hebben overgelaten aan de opdrachtgever.

Uit het schriftelijk uitgevoerde onderzoek rijst het vermoeden dat wanneer de informatieplicht wordt overgelaten aan de opdrachtgever, er in het algemeen niet gecontroleerd wordt bij de opdrachtgever of deze aan de informatieplicht heeft voldaan. Dit vermoeden is gebaseerd op de antwoorden van enkele bureaus die aangeven dat zij de betrokkene nooit zelf informeren en ook niet controleren of de opdrachtgever de betrokkene heeft ge nformeerd. Slechts n respondent geeft spontaan aan dat de opdrachtgever wordt gecontroleerd op de naleving van de informatieplicht. Dit vermoeden wordt versterkt door de resultaten van het bredere onderzoek bij drie particuliere recherchebureaus. Bij geen van de drie ter plaatse onderzochte bureaus vindt controle plaats op de naleving van de informatieplicht door de opdrachtgever en vindt er geen schriftelijke terugkoppeling plaats.

Gezien de onderzoeksresultaten acht het CBP het noodzakelijk dat bureaus de naleving van de informatieplicht steeds schriftelijk met de opdrachtgever regelen. Indien een bureau het nakomen van de informatieplicht aan de opdrachtgever overlaat, kan het bureau uitsluitend aannemen dat een betrokkene al op de hoogte is, als hiervan een schriftelijk bewijs is overgelegd aan het particuliere recherchebureau. Dat betekent concreet dat het bureau een kopie van de brief waarin de betrokkene wordt genformeerd (of een kopie van een schriftelijke bevestiging van een mondeling gedane mededeling) moet hebben ontvangen van de opdrachtgever, voordat het bureau kan aannemen dat de betrokkene al op de hoogte is.