Vergroot contrast

Gebruik persoonsgebonden nummers in het voortgezet onderwijs

Samenvatting De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW) heeft het CBP verzocht om advies over het ontwerpbesluit ter uitvoering van de artikelen 103d, derde lid, en 103e, tweede lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO). Het gaat om de wijziging van enkele onderwijswetten in verband met de invoering van persoonsgebonden nummers in het voortgezet onderwijs. Het stelsel van waarborgen rond het gebruik van deze nummers voorzag onder meer in een nauwkeurige regeling van het gegevensverkeer tussen de betrokken instanties.

Verstrekking door de Informatie Beheer Groep
Het ontwerpbesluit bevat (nadere) regels omtrent het gebruik van persoonsgebonden nummers in het voortgezet onderwijs, in het bijzonder voor de verstrekking van gegevens door de Informatie Beheer Groep aan de Minister van OCW en de onderwijsinspectie, en voor de toegang van de Minister tot het basisregister onderwijs.

Anonieme gegevensverstrekking aan minister en inspectie
Op grond van artikel 103d, derde lid, WVO dient de verstrekking van gegevens door de IB-Groep aan de Minister en de onderwijsinspectie – buiten het in artikel 103c, derde lid, bedoelde geval van vermeend onrechtmatig handelen door een bevoegd gezag – op een zodanige wijze te geschieden, dat de betrokken leerlingen niet geïdentificeerd of identificeerbaar zijn.

Artikel 3 van het conceptbesluit voorziet er in, dat de IB-Groep voor iedere school afzonderlijk aan de Minister en de onderwijsinspectie een aantal gegevens verstrekt. Het persoonsgebonden nummer, de geslachtsnaam, de voornamen en de geboortedatum van de leerlingen en voormalige leerlingen worden niet verstrekt. Het persoonsgebonden nummer wordt vervangen door een ander nummer of een code, terwijl de geboortedatum wordt vervangen door geboortejaar en geboortemaand en de leeftijd op een aantal relevante peildata. Daarnaast worden echter ook de overige gegevens verstrekt, onder meer postcode van de woonplaats, geboorteland, geslacht, geboorteland ouders, gegevens over nationaliteit en verblijf, minderheidsgroep en diverse onderwijskundige details.

Gegevens in onderling verband wellicht toch identificeerbaar
In de toelichting bij artikel 3 wordt gesteld, dat de gegevens die de IB-Groep aan de Minister en de onderwijsinspectie verstrekt, geen persoonsgegevens in de zin van de Wbp zijn, en dat deze dus ook niet op de (verdere) verwerking van die gegevens door de Minister en de onderwijsinspectie van toepassing is. Het CBP is er niet van overtuigd, dat deze conclusie juist is. Blijkens de voorgestelde regeling zullen weliswaar geen persoonsgebonden nummers, namen en volledige geboortedata worden verstrekt, maar de overige gegevens kunnen in onderling verband toch zodanig identificerend zijn, dat niet valt uit te sluiten dat deze in bepaalde gevallen als persoonsgegevens moeten worden aangemerkt.

Advies: meer waarborgen tegen indirecte identificeerbaarheid
Het CBP adviseert in de eerste plaats om nadere eisen te stellen aan de nummers of codes die zullen worden gebruikt ter vervanging van de persoonsgebonden nummers. Daarnaast adviseert het CBP om te volstaan met de leeftijd van leerlingen op relevante peildata en ook de overige gegevens te toetsen op de mogelijkheid van unieke combinaties. Daarbij dient er voor te worden gezorgd dat de verstrekte gegevens niet door koppeling of vergelijking met andere informatie alsnog persoonsgegevens zouden kunnen worden. Overigens zou in het laatste geval ook rekening kunnen worden gehouden met de toepasselijkheid van de Wbp.

7 november 2002, z2002-00964