Gebruik kopie of scan identiteitsbewijs door banken voor WID mag
De Wet identificatie bij dienstverlening (Wid) verplicht banken om de identiteit van hun cliënten vast te stellen. Een aantal banken bewaart kopieën of scans van de daarbij getoonde identiteitsbewijzen om aan te kunnen tonen dat zij aan deze verplichting voldaan hebben. Gelet op het belang van de banken bij een werkbare uitvoering van de verplichtingen voortvloeiende uit de Wid, de aard van de betrokken gegevens en de waarborgen waarmee de verwerking ervan omkleed is, is het CBP van oordeel dat hierbij voldoende rekening is gehouden met de belangen van betrokkenen. Het CBP zal zijn onderzoek naar de werkwijze van de banken dan ook afsluiten.
Het CBP heeft de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) om nadere inlichtingen gevraagd over de uitvoering van de identificatieplicht in het kader van de Wid. Dit mede naar aanleiding van vragen en klachten van burgers over de wijze waarop banken deze identificatieplicht uitvoeren. Het gaat dan met name over het maken en vastleggen van kopieën en scans van identiteitsbewijzen. De bevoegdheid daartoe wordt niet als zodanig in de Wid genoemd.
De NVB heeft hierop contact gezocht met het Ministerie van Financiën (Financiën) en De Nederlandsche Bank (DNB) om de wettelijke basis van deze verwerking van persoonsgegevens te verduidelijken. Financiën en DNB stellen in een brief aan het CBP dat de banken aan DNB moeten kunnen aantonen dat zij aan de identificatieverplichtingen van de Wid hebben voldaan. Het tonen van kopieën of scans van identiteitsbewijzen is de minst belastende methode, die door veel banken wordt toegepast en door DNB wordt aanvaard.
De NVB stelt zich op het standpunt dat het maken van kopieën en scans noodzakelijk is om een wettelijke verplichting na te komen (art 8 onder c Wet bescherming persoonsgegevens). Wel zijn de banken gehouden om een belangenafweging te maken tussen het privacybelang van hun cliënten en de verplichtingen die voortvloeien uit de Wid. Het maken van een scan of kopie is een uitvloeisel van deze belangenafweging. Zeker bij grote aantallen cliënten is het maken van een scan of kopie vrijwel de enige manier om de identificatie en de verzameling van de gegevens op efficiënte wijze vorm te geven. Voorts heeft de NVB bevestigd dat de banken in dezen acht zullen slaan op hun verplichtingen onder de Wbp.
Gelet op het belang van de banken bij een werkbare uitvoering van de verplichtingen voortvloeiende uit de Wid, de aard van de betrokken gegevens en de waarborgen waarmee de verwerking ervan omkleed is (naast de Wbp onder meer ook de Gedragscode Verwerking Persoonsgegevens Financiële Instellingen), is het CBP van oordeel dat bij de gemaakte afweging voldoende rekening is gehouden met de belangen van betrokkenen.
De banken mogen de kopieën of scans alleen verwerken voor zover dat verenigbaar is met het doel waarvoor deze gegevens zijn verkregen. In dit geval is dat: voldoen aan hun Wid-verplichtingen en aantonen dat zij daaraan hebben voldaan.
In het licht van het bovenstaande zal het CBP zal zijn onderzoek naar dewerkwijze van de banken afsluiten.
Over het CBP
Het College bescherming persoonsgegevens (CBP) houdt - onder de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) - toezicht op de naleving van wetten die het gebruik van persoonsgegevens regelen. Bij het CBP moet het gebruik van persoonsgegevens worden gemeld, tenzij hiervoor een vrijstelling geldt.
Het CBP adviseert de regering en organisaties over de bescherming van persoonsgegevens en onderwerpen die daarmee samenhangen. Het CBP toetst gedragscodes en bemiddelt in geschillen tussen burgers en gebruikers van persoonsgegevens. Op eigen initiatief of op verzoek van een belanghebbende kan het CBP onderzoeken of de manier waarop persoonsgegevens in een bepaalde situatie zijn gebruikt, in overeenstemming is met de wet en daaraan zo nodig gevolgen verbinden. Voor in gebreke blijven bij de melding kan een boete worden opgelegd. Bij overtreding van de wet of daarop gebaseerde regelingen kan het CBP overgaan tot bestuursdwang of een dwangsom opleggen.
