Vergroot contrast

CBP adviseert over (permanente) screening personeel kinderopvang

Het College bescherming persoonsgegevens (CBP) heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid geadviseerd over twee voorstellen voor screening van kinderopvangpersoneel. De reden voor deze voorstellen is een besluit van het kabinet om, naar aanleiding van de Amsterdamse zedenzaak, een systeem van continue screening van kinderopvangpersoneel in te voeren.

​Advies CBP screening kinderopvang

Het eerste voorstel introduceert de invoering van continue screening in de kinderopvang. In het voorstel wordt geen aandacht besteed aan de informatieplicht. Dit is de wettelijke verplichting om betrokkenen te informeren over de verwerking van hun gegevens. Het CBP adviseert de minister om de vereisten die betrekking hebben op de wettelijke informatieplicht op passende wijze in de nota van toelichting bij het voorstel op te nemen.
 
Het tweede voorstel behelst een aparte regeling voor enkele groepen die bij continue screening buiten beeld blijven, omdat zij niet in loondienst zijn van bijvoorbeeld een kindercentrum en/of niet terug te vinden zijn in de polisadministratie van het UWV (zoals stagiaires en uitzendkrachten). De regeling houdt in dat deze personen tweejaarlijks een nieuwe verklaring omtrent het gedrag (VOG) moeten aanvragen en overleggen. Het CBP heeft hierover geen opmerkingen.
 
In het hetzelfde voorstel is een verplichte verstrekking van het burgerservicenummer (BSN) opgenomen voor personen die kinderopvang aanvragen. Het CBP is van oordeel dat deze maatregel het risico met zich meebrengt dat het BSN onnodig wordt verwerkt. Het CBP heeft de minister daarom geadviseerd het voorstel op dit punt aan te passen. De minister heeft inmiddels laten weten deze maatregel te hebben geschrapt.

Publicaties