Vergroot contrast

CBP adviseert over bewaren DNA-gegevens en vingerafdrukken vrijgesprokenen

De minister van Veiligheid en Justitie heeft het College bescherming persoonsgegevens (CBP) gevraagd te adviseren over het Ontwerp-uitvoeringsbesluit wetsvoorstellen herziening ten nadele en aanpassing vervolgingsverjaring. Beide wetsvoorstellen waren ten tijde van het advies nog in behandeling bij de Eerste Kamer respectievelijk Tweede Kamer. Als gevolg van deze regelgeving zullen DNA-gegevens en vingerafdrukken van vrijgesprokenen van levensdelicten bewaard worden in verband met een mogelijk novum. Een novum kan leiden tot heropening van het strafrechtelijk onderzoek. Het CBP adviseert het wetsvoorstel niet in de huidige vorm in te dienen.

Doel en grondslag verwerking

​In tegenstelling tot het verwerken van DNA-gegevens en vingerafdrukken van verdachten en veroordeelden, is er in het geval van vrijgesprokenen geen expliciete wettelijke grondslag om hun gegevens te bewaren. Voor het bewaren van gegevens van verdachten en veroordeelden worden de doeleinden benoemd in het Wetboek van Strafvordering (WvSv).

Wanneer iemand is vrijgesproken, is er echter niet langer sprake van een verdenking. De betreffende artikelen uit het WvSv bieden daarom geen grondslag om diens DNA-gegevens en vingerafdrukken af te nemen voor eventueel nader onderzoek. Het CBP adviseert de minister te verduidelijken waarom het bewaren van deze gegevens onder een van de in het WvSv benoemde doelen valt.

Noodzakelijkheid bewaren gegevens

In de toelichting bij het ontwerp-uitvoeringsbesluit wordt afgewogen waarom het bewaren van DNA-gegevens en vingerafdrukken van vrijgesprokenen proportioneel is. Er ontbreken echter verscheidene voor de betrokkene relevante elementen.

Daarbij komt dat per individueel geval een afweging gemaakt dient te worden wanneer na de onherroepelijke vrijspraak DNA-gegevens en vingerafdrukken worden bewaard. Dat de regeling volledig op minderjarigen van toepassing is, maakt dit des te belangrijker.

Het CBP adviseert de minister niet alleen een nadere proportionaliteitsafweging in de toelichting op te nemen, maar ook om in het ontwerpbesluit deze individuele toets vast te leggen.