Vergroot contrast

AP: Den Haag mag persoonsgegevens prostituees niet registreren

De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) is van oordeel dat het verwerken van persoonsgegevens van prostituees door de gemeente Den Haag in strijd is met de Wet bescherming persoonsgegevens. De AP heeft een ontheffingsverzoek van de gemeente voor de verwerking van persoonsgegevens van prostituees afgewezen. Dit heeft de AP besloten in een besluit op bezwaar op het ontheffingsverzoek.

In het kader van het toezicht op de prostitutiebranche kunnen exploitanten van een seksinrichting de gemeente Den Haag een werkadvies vragen over een (nieuwe) prostituee. Gemeentelijke toezichthouders voeren daarvoor een intakegesprek met de prostituee. Als er signalen zijn van uitbuiting of mensenhandel, krijgt de exploitant een negatief advies. Zijn er geen signalen, dan volgt een positief advies. De NAW-gegevens van de prostituee, de vermelding dat een positief of negatief advies is uitgebracht en – bij een positief advies – het gespreksverslag, worden vastgelegd in een aparte database. De gemeente Den Haag ziet deze registratie als een belangrijke maatregel bij de bestrijding van mensenhandel.

Registratie

De AP oordeelt dat de gemeente Den Haag deze gegevens van prostituees niet in een apart register  mag vastleggen. Omdat er uitsluitend gegevens van prostituees in een afzonderlijke database worden vastgelegd, is er sprake van gegevens over het seksuele leven. Verwerking van persoonsgegevens over iemands seksuele leven is verboden op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens, tenzij er sprake is van een uitzonderingsgrond.

Ontheffingsverzoek

De AP ziet geen grond om het ontheffingsverzoek voor het verwerken van persoonsgegevens van prostituees te honoreren. De gemeente heeft niet aannemelijk gemaakt dat de verwerking van persoonsgegevens van sekswerkers in het bestand noodzakelijk is om het doel van het bestrijden van misstanden in de prostitutiebranche, waaronder mensenhandel, te bereiken. Daarnaast heeft de gemeente niet aannemelijk gemaakt dat passende waarborgen worden geboden ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer. De AP verleent in beginsel geen ontheffing voor structurele verwerking, tenzij er wetgeving op komst is die de verwerking zal regelen. Dat is hier niet het geval.

Procedure

De AP heeft bij besluit van 17 februari 2017 de gemeente Den Haag laten weten dat de registratie van prostituees verboden is en dat het verzoek om ontheffing is afgewezen. De gemeente heeft op 28 maart jl. bezwaar tegen dit besluit gemaakt. In het besluit op bezwaar van 28 juli 2017 heeft de AP de bezwaren van de gemeente Den Haag ongegrond verklaard. De gemeente heeft beroep aangetekend tegen het besluit op bezwaar bij de rechtbank.

Update 19 juni 2018

Op 8 maart 2018 heeft de rechtbank het beroep van de gemeente Den Haag tegen het besluit van de AP van 28 juli 2017 ongegrond verklaard.

De rechtbank oordeelde dat de registratie van prostituees door de gemeente Den Haag verboden is. De rechtbank weegt daarbij mee dat het gegeven dat iemand prostituee is, naar zijn aard een gegeven is over iemands seksuele leven. Bij de verwerking van dit persoonsgegeven lopen prostituees een verhoogde kans op misbruik en discriminatie. De AP hoeft volgens de rechtbank het ontheffingsverzoek van de gemeente niet te honoreren omdat er geen concreet wetsvoorstel op komst is dat de verwerking van persoonsgegevens van prostituees zal regelen.

De gemeente Den Haag heeft geen hoger beroep ingesteld tegen deze uitspraak.