Vergroot contrast

Advies wetsvoorstel cameratoezicht op openbare plaatsen

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkszaken heeft het CBP om advies gevraagd over het wetsvoorstel cameratoezicht op openbare plaatsen. Vanuit het oogpunt van rechtszekerheid acht het CBP het van belang dat duidelijkheid wordt geboden door middel van een wettelijk kader voor het gebruik van toezicht met behulp van camera’s op openbare plaatsen. Het CBP adviseert het wetsvoorstel op de onderstaande punten nog te verhelderen.

Noodzakelijkheid

De onderbouwing van de noodzakelijkheid van het cameratoezicht is in de memorie van toelichting voldoende omschreven, zij het dat de criteria telkens in concreto moeten worden vastgesteld.

Het CBP vraagt aandacht voor de evaluatie van het instrument cameratoezicht. De burgemeester dient minstens een maand voor de afloop van de duur van de plaatsing een rapport over de doeltreffendheid en de effecten van de plaatsing van camera’s naar de raad te sturen. Het CBP beveelt aan de inrichting van het verslag en de rol van de raad ten aanzien van het verlengen of beëindigen van de duur van de plaatsing nader toe te lichten.

Bevoegdheid

De bevoegdheid tot plaatsing van camera’s wordt op basis van een verordening van de raad aan de burgemeester toegekend. Een dergelijke toedeling van verantwoordelijkheid komt overeen met die van de burgemeester voor de handhaving van de openbare orde. Het CBP kan zich hiermee goed verenigen.

Reikwijdte: het begrip openbare plaats

Voor wat het begrip openbare plaats betreft, wordt in de memorie van toelichting, pagina 3 en 4, aangesloten bij de definitie van artikel 1, Wet Openbare Manifestaties. Het vierde lid van artikel 151c Gemeentewet bevat niet meer de uitzondering op grond van artikel 6, tweede lid Grondwet.

Plaatsen die de rechthebbende bestemt voor de belijdenis van levensovertuiging, worden dus niet meer uitgesloten van het begrip openbare plaats. Het lijkt dus mogelijk dat de overheid camera’s plaatst in kerken en andere gebouwen bestemd voor de belijdenis van een levensovertuiging.

In het kader van cameratoezicht ten behoeve van (primair) de openbare orde behoeft deze invulling van het begrip openbare plaats nadere onderbouwing.

Verantwoordelijkheid en regiefunctie

In dit wetsvoorstel wordt de politie aangewezen ten behoeve van de verwerking van de beelden in politieregisters. De registers vallen daarmee onder artikel 13 van de Wet politieregisters. De wijziging van artikel 13 Wpolr geeft geen aanleiding tot opmerkingen.

Het CBP beveelt echter aan dat in de memorie van toelichting op dit punt specifieker wordt ingegaan, zodat het verband tussen cameratoezicht, de Gemeentewet en de Wpolr nader wordt toegelicht.

Verstrekking en rechten betrokkenen

Het inzage- en correctierecht van betrokkenen, c.q. in beeld gebrachte personen is niet nader uitgewerkt. Het CBP beveelt aan dat in de memorie van toelichting hier aandacht aan besteed wordt. Eventueel kan dit door middel van verwijzing naar het hiervoor op te stellen (model)reglement op grond van artikelen 5 tot en met 9 Wpolr.